2. Antibromschakeling ontkoppelrail.
3. Afremmen en versnellen analoge locs.
5. Knipperinstallatie Andreaskruis.
6. Basis van de wisseldecoder.
Aparte bladen
Van knipperLED naar vastbrandende LED.
Lijst met gebruikte conradproducten.
Dab heb je een overweg en dan komt de trein eraan en dan gaan de bomen dicht, dat hoort ook zo, dus niets aan de hand. Als de trein voorbij is moeten de bomen weer omhoog. En hier schort het wel eens aan, dan blijft een boom halverwege staan, gaat helemaal niet omhoog, gaat veel later omhoog, noem maar op. Is hier wat aan te doen? Jazeker is hier wat aan te doen. Lijm op het contragewicht een M2 moertje, deze is niet groot en ook niet klein. Deze moer past exact op het contragewicht. Daar het contragewicht nu iets zwaarder is gaan de bomen weer open en staan ze ook beide in gelijke stand omhoog. Wil het dan toch nog niet dan voorzichtig het draaipunt iets uitbuigen. Let hierbij wel op dat de boom wel zijn draaipunten behoudt.
. <--
2. Antibrom voor de ontkoppelrail.
Als je de ontkoppelrail bedient dan begint deze redelijk te brommen, net of hij er geen zin aan heeft. Hoe komt dit brommen eigenlijk? Een verklaring kan zijn dat de spoel in de ontkoppelrail het stukje ijzer van het ontkoppelmechaniek aantrekt. Door de wisselspanning zal dit 100x per seconde gebeuren (positieve en negatieve bult van de sinus). Elke keer als de sinus in de buurt van de 0V is dan zal het stukje ijzer weer afvallen, is de sinus op de top dan trekt het ijzer weer naar de spoel. Dit op en afvallen zal het brommen kunnen veroorzaken.
Is dit te verhelpen? Door nu de sinusspanning om te zetten naar een gelijkspanning zal dit brommen moeten verdwijnen. Met een gelijkspanning heb je geen bulten die het ijzer aantrekken en geen spanningen die in de buurt van de 0V komen die het ijzer dan weer loslaten.

De antibromschakeling tussen de ontkoppelrail en de bediening.
Het is een simpel maar doeltreffende schakeling, een schakeling die vaker op internet te vinden is. De brugcel maakt van de wisselspanning een gelijkspanning, beide bulten van de sinus staan nu boven de 0V lijn. De condensator zorgt ervoor dat de beide sinusbulten na de gelijkrichter verdwijnen en dat er een mooie rechte gelijkspanning overblijft. Zonder condensator hebben de bulten in principe een frequentie van 100Hz, deze zouden hetzelfde gebrom geven als een normale sinus voor de gelijkrichter. Met een enkele diode wordt het antibrom-effect zeker niet bereikt, dan wordt in principe een pulsspanning van 50Hz behouden, met een enkele diode wordt één van de bulten weggefiltert en dan behoud je 1 bult met een frequentie van 50Hz over. Ook het vermogen is minder daar je in de zelfde tijd als een volledige sinus de helft van die siuns gebruikt (voor een sinussignaal, zie techniek, analoog).
Dus noodzakelijk om het gebrom te laten verdwijen, een brugcel en een elektrolythische condensator (elco afgekort)
- Brugcel B80C2300-1500 Conrad 502626-89 ~0,66 euro
- Condensator 2200uF - 35V Conrad: 1505573-89 ~1,19 euro


Condensator,
brugcel, ontkoppelrail.
. <--
3. Afremmen en versnellen analoge locs.
Staat bij analoog rijden het sein op rood dan stopt de trein in één keer, de reden is ieder bekend: bij het op rood staande sein staat geen spanning op de rail. Nu zijn er vast modules die het afremmen van analoge locs wat realistischer maakt (zoals bij digitaal rijden), maar kan het ook anders. Onlangs kwam ik een tip tegen van een modelspoorder die enkele trafo's met oplopende instelling gebruikt. In enkele stappen breng je de snelheid van de loc omlaag of bij het optrekken de snelheid omhoog. Het principe is in onderstaand schema gegeven.
Staat schakelaar S1 in de stand 'Doorrijden' dan staat de normale rijspanning op de rail bij de stopplaats. De trein rijdt met de normale rijsnelheid door de stopplaats.
Staat schakelaar S1 in de stand 'Stoppen' dan neemt de rijspanning per sectie af en lijkt het af de trein afremt. Op de stopplaats stopt de trein.
Staat schakelaar S2 in de stand 'Stop' dan stopt de trein voor het sein.
Staat schakelaar S2 in de stand 'Vertrek' dan vertrekt de trein met langzame snelheid. Dit spoordeel is wat langer zodat de trein niet gelijk naar de tweede versnelling gaat.
Staat schakelaar S1 in de stand 'Stoppen' en schakelaar S2 in de stand 'Vertrek' dan remt de trein af, rijdt met gereduceerde snelheid door de stopplaats en versnelt dan weer.
De schakelaars kunnen handschakelaars zijn of relais die bijvoorbeeld door het treinverkeer bediend worden.
. <--
Het
komt voor dat een lok dus danig verouderd of vervuild is dat deze niet meer
lekker wil lopen, cq rijden. Dit kan komen door het wat langer stilstaan van de
lok, verouderen van de olie of het vet door ouderdom of een andere reden waar
niets aan te doen is. De lok kan weer gangbaar gemaakt worden met
"Modellbahnöl
SR24". De link opent een demofilm hoe het schoonmaken van een lok uitgevoerd kan
worden.
Reinigings- en Rookolie SR24, bij diverse hobbywinkels te koop.
Steam & Clean Reinigungsdestillat van de Firma Novadur Produktchemie GmbH
. <--
5. Knipperinstallatie Andreaskruis.
Het onderstaand schema laat de beide rode lampen van het andreaskruis in het bekende ritme knipperen. Feitelijk zal de witte lamp er ook bij horen maar die is in dit schema achterwege gelaten. Wellicht in een up-date zal de witte lamp meegenomen worden.
Met D1 t/m D4 wordt de aangeboden wisselspanning omgezet naar een gelijkspanning. Met het timer-IC NE555 maken wij een pulsspanning. De frequentie is instelbaar met R2. Deze puls wordt aan een JK-flipflop doorgegeven. De JK-flipflop is dusdanig geschakeld dat de uitgang na elke puls van polariteit wisseld (Toggle-functie). Hierdoor krijgen wij een duty-cycle van 50% en is elke lamp even lang aan als uit. De uitgangen van de JK-flipflop sturen zogenaamde solid-state relais aan, zo wordt een duidelijke scheiding tussen de 230V en de laagspanning verkregen. De weerstanden R6 en R7 zijn 270 Ohm (12V / 50mA = 0,23kOhm).
Let wel dat deze schakeling een spanning voert van 240V, bij de bouw alles goed afschermen tegen aanraken. <--
6. Basis van de wisseldecoder.
Onderstaand schema is de basis van de wisseldecoders, met één encoder zijn 242 decoders te selecteren. Dat klopt niet want met bijvoorbeeld met de 6083 wisseldecoder zijn maar 81 wissels aan te sturen. Met dit schema klopt het toch wel omdat er hier niet met 4 adrespoorten wordt gewerkt maar met 5.
De waarden van de condensatoren en weerstanden zijn berekend en vervolgens zijn de meest in de buurt liggende waarden gekozen (E12 reeks).